De Invloed van Gras op de Voedingswaarde: Inzichten voor een Gezonde Levensstijl

Inleiding

Gras wordt vaak gezien als simpelweg een voedingsmiddel voor vee, maar de beschikbare gegevens tonen aan dat het een veelzijdig gewas is met aanzienlijke waarde, ook voor de menselijke voeding. De voedingswaarde van gras is onderhevig aan een voorspelbaar verloop door het groeiseizoen, beïnvloed door factoren zoals daglengte, temperatuur en droogte. Deze variabelen bepalen de concentratie van essentiële voedingsstoffen, waaronder eiwitten, suikers en mineralen. Inzicht in deze dynamiek is cruciaal, niet alleen voor de veehouderij maar ook voor de ontwikkeling van duurzame, plantaardige eiwitbronnen. Dit artikel integreert beschikbare data over de fysiologische en agronomische aspecten van gras om een beeld te schetsen van zijn rol in de voedingsketen en de implicaties voor voedingskwaliteit.

Het Groeiseizoen en Voedingswaarde

De voedingswaarde van vers gras volgt een duidelijk, jaarlijks patroon. Analyses van ruim 1.400 voederwaarde-uitslagen onthullen globaal twee kantelpunten in de voederwaarde, gemeten in VEM (Vergistbare Energie Melk). Het eerste kantelpunt vindt plaats rond dag 150 (31 mei), en het tweede rond dag 250 (7 september). Vanaf het voorjaar tot dag 150 daalt de voederwaarde. Tussen dag 150 en 250 blijft de voederwaarde vrijwel constant. Na dag 250 (begin september) neemt de voederwaarde weer toe. Dit verloop is consistent en voorspelbaar, wat cruciaal is voor planning in de veehouderij en voor het begrijpen van de seizoensgebonden beschikbaarheid van voedingsstoffen.

De daglengte speelt een belangrijke rol in de groei van gras. Van Engels raaigras is bekend dat dit vanaf tien uur daglengte gaat groeien (februari tot november) en bij veertien uur daglengte kan gaan bloeien/doorschieten (mei-augustus). Deze biologische reactie op zonlicht is een fundamentele factor die het groeipatroon en de samenstelling van het gras beïnvloedt.

De temperatuursom (T-som), berekend door alle gemiddelde dagtemperaturen boven 0 graden vanaf 1 januari op te tellen, heeft een aanzienlijke invloed op de voederwaarde van vers gras. De T-som in de 28 dagen voorafgaand aan de monstername van het verse gras is hierbij bepalend. Hoe hoger de T-som is geweest, des te lager is de voederwaarde. De VEM-waarde bij een T-som van slechts 200 graden is gemiddeld 1.050, terwijl bij een T-som van 600 graden in 28 dagen gemiddeld 900 VEM wordt gemeten. Ook het suikergehalte daalt bij een hogere cumulatieve temperatuur, terwijl de NDF-waarde (Neutral Detergent Fiber, een maat voor de ruwe celwand) daarentegen stijgt bij een hogere T-som. Het ruw eiwitgehalte vertoont geen relatie met de T-som.

Droogte heeft een complex effect op grasgroei en -kwaliteit. In het grasseizoen van 2025 zorgde aanhoudende droogte enerzijds voor een lang weideseizoen dat vroeg begon, en anderzijds voor minder grasgroei in de zomerdag. Gelukkig was de droogte niet zo fataal als in 2018, en een enkele regenbui kan heel veel goed doen. Vanaf september was een eindsprint mogelijk, al leek de finish van dat jaar al iets te vroeg in zicht. Ondanks de droogte had het verse gras en ook de eerste graskuilen een hoge kwaliteit. Na 30 weken bevatte het gras nog steeds meer dan 1.000 VEM met 255 gram Ruw Eiwit en 105 gram suiker per kilo droge stof. De verteerbaarheid was met 84,6% VCOS en maar 486 gram NDF ook erg goed. Een aandachtspunt was het droge stofgehalte, dat maar 14,8% was en soms de opname kan remmen, zeker bij stalvoeren. Begin de week na de meting zag het grasland er ineens anders uit met alle neerslag en wind, maar was alleen de toplaag nat. De bouwvoor kan nog erg veel water bufferen, wat de veerkracht van het grasland aantoont.

Mineralen en Sporenelementen in Gras

Een optimale gezondheid en melkproductie zijn afhankelijk van voldoende mineralen en sporenelementen in het gras. Analyses van de VersgrasCheck van Eurofins Agro in het voorjaar van 2025 tonen aan dat het gehalte aan magnesium, calcium en fosfor in april voor alle onderzochte percelen aan de lage kant was. Zwavel en zink bevinden zich binnen het streeftraject en seleen is ruim voldoende aanwezig. De resultaten bevestigen het beeld dat de voorziening van essentiële elementen onder druk komt te staan. Droogte en strengere bemestingsnormen vormen geen goede combinatie voor de kwaliteit van het gras. Het is daarom belangrijker dan ooit om de voorziening van mineralen en sporenelementen in gras goed in de gaten te houden.

Door veranderende omstandigheden kan de opname van deze voedingsstoffen door het gras onder druk komen te staan. Een tekort aan deze elementen kan leiden tot verminderde vruchtbaarheid, groeiproblemen bij jongvee en een lagere melkproductie.

  • Magnesium is belangrijk voor de werking van spieren en zenuwen. Een tekort kan leiden tot grasziekte, wat spierkrampen en zenuwstoornissen veroorzaakt. Een magnesiumtekort in gras kan worden veroorzaakt door snelle grasgroei. Bij snelle groei, zoals in het voorjaar, kan de opname van mineralen verstoord raken. Ook hoge kalium- en stikstofgehaltes kunnen de opname van magnesium verhinderen.
  • Calcium is onmisbaar voor sterke botten en een goede spierfunctie. Het speelt ook een cruciale rol bij de melkproductie en helpt melkziekte voorkomen.
  • Fosfor is essentieel voor energieoverdracht in het lichaam en voor de ontwikkeling van botten en tanden. Fosfor speelt daarnaast een rol in de vruchtbaarheid en in de efficiëntie van de voerbenutting.
  • Zwavel is een cruciale bouwsteen voor eiwitvorming in gras. Een tekort kan leiden tot een lagere DVE (Darm Verteerbaar Eiwit).
  • Zink ondersteunt de huidgezondheid en wondgenezing. Het is ook belangrijk voor de werking van enzymen en het immuunsysteem.
  • Seleen werkt als antioxidant en helpt spierdegeneratie voorkomen. Seleen ondersteunt daarnaast de vruchtbaarheid en het immuunsysteem.

Door regelmatig vers gras te laten analyseren, krijgt men inzicht in de actuele voedingswaarde en kan worden bepaald welke aanvullingen nodig zijn.

Gras als Alternatieve Eiwitbron

Gras wordt vaak gezien als een vergeten gewas, van belang in de veeteelt voor melkproductie. Echter, gras heeft veel meer waarde. Het is een alternatief voor het veel minder klimaatvriendelijke soja. Uit onderzoeken van de universiteit in Wageningen blijkt dat koeien net zo veel melk blijven geven als ze het gras eten waar die waardevolle stoffen voor mensen uitgehaald zijn. Dit leidt tot een veel efficiëntere omgang met de voedingswaarde in het gras. De eiwitten uit gras zijn keihar nodig nu we naar verwachting minder vlees gaan eten.

De voordelen gaan verder. Door het voeren van zogeheten ontsloten gras, daalt de uitstoot van ammoniak en fosfaat door koeien. Volgens bronnen gaat het om liefst dertig procent. De eiwitten die eruit zijn gehaald, zorgen namelijk voor afvalstoffen die uitstoot opleveren. Normaal gras komt voor een flink gedeelte als afval weer uit de koe, met uitstoot tot gevolg. Het ontsloten gras, waar waardevolle stoffen zijn uitgehaald, levert minder ontlasting op, terwijl de koe wel precies krijgt wat ze nodig heeft. In het uitgeperste deel zitten juist de stoffen die voor éénmagigen zoals mensen belangrijk zijn.

Deze ontwikkeling trekt de aandacht van de agrisector. In Leeuwarden werd een workshop "Omdenken met Gras" gegeven op de Dairy Campus, met boeren, grasdrogerijen, onderzoekers, ondernemers en coöperaties. De focus ligt op het verwaarden van plantaardige eiwitten, en er wordt gehoopt groen licht te krijgen voor een pilot. Bewijsvoering is essentieel. Waar in Nederland de extra waarde van gras nog vrij onopgemerkt is, wordt er over de grens al meer mee geëxperimenteerd. In Denemarken bijvoorbeeld wordt gras al langer behandeld als gewas van waarde, het groene goud. De tijd is rijp voor een agrarische omwenteling, waarin uitstoot belangrijk is. Gras kan een nieuwe inkomstenbron worden die juist beter is voor het klimaat en de natuur. Gras bindt CO2 en het is ook een heel goed wisselgewas om de bodem gezond te houden.

Conclusie

De beschikbare gegevens schetsen een beeld van gras als een dynamisch gewas met een voorspelbaar verloop in voedingswaarde, sterk beïnvloed door daglengte, temperatuur en droogte. De voedingswaarde kent twee kantelpunten in het seizoen, en de temperatuursom is een bepalende factor voor de energie- en suikerconcentratie. Droogte kan de groei beperken, maar het gras kan veerkrachtig herstellen, met behoud van een redelijk hoog voederwaardeniveau in het najaar.

Cruciaal is het mineralentekort in het voorjaar, met name voor magnesium, calcium en fosfor. Een tekort kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid en productie. Het bewustzijn van deze tekorten en regelmatige monitoring zijn essentieel.

Gras blijkt bovendien een veelbelovende, klimaatvriendelijke eiwitbron. Het efficiënter benutten van gras door eiwitten voor humane consumptie te onttrekken, leidt tot een vermindering van de uitstoot door vee en biedt een duurzaam alternatief voor importeiwitten. Hoewel de implementatie nog in een vroeg stadium verkeert, onderstreept de beschikbare data het potentieel van gras als een integrale schakel in een gezond en duurzaam voedingssysteem.

Bronnen

  1. Voergroep Zuid - Vers Gras Monitor
  2. Nieuwe Oogst - Kwaliteit van gras is over de jaren heen goed voorspelbaar
  3. NOM - Gras is waardevol voedingsgewas ook voor mensen
  4. Eurofins Agro - Te kort aan essentiële nutriënten steeds groter risico

Gerelateerde berichten